Vivaldi en Oenema

Vivaldi en Oenema

Magnificat - Bart Oenema    -     Voor koor, orkest en sopraan.

 

Maria, zwanger van Jezus, bezoekt haar nicht Elisabeth, op dat moment zwanger van Johannes de Doper.

De ontmoeting tussen de twee zwangere vrouwen is een geliefd thema in de kunst. Componisten hebben zowel de begroetingstekst van Elisabeth als de lofzang van Maria op muziek gezet.

Bart Oenema: 'Bij het schrijven van dit Magnificat heb ik mij laten inspireren door dit beeld van de twee zwangere vrouwen. Twee heilige vrouwen, maar in mijn beeld zijn het vooral twee zwangere vrouwen. In dit stuk gaat het ook over de gevoelens die dat bij toekomstige ouders oproept. Intense blijdschap, maar ook het besef hoe kwetsbaar een kind is en een soort oerdrift die loskomt om het kind te beschermen. Maar vooral het idee van hoop. Een kind herbergt de hoop in zich op een betere toekomst.

Emoties die ik heb geprobeerd te verklanken in dit Magnificat.

 

Het stuk opent met de eerste drie delen.

De tekst in het latijn beschrijft de vreugde van Maria over haar zwangerschap. Hierna volgt "Ik geef je de wereld" een lied waarin een aanstaande moeder van nu reflecteert op haar zwangerschap. Op die manier haal je de abstracte onbevlekte ontvangenis van Maria naar onze eigen tijd. Ik merkte bij de uitvoeringen dat dit lied heel sterk werkt doordat het publiek een tekst heeft van nu. Ook gaven mensen aan dat ze daardoor ineens ook veel meer betrokken waren bij het latijn. Wat toch abstracter is.

Het thema van Ik geef je de wereld keert daarna terug in het Et Misericordia en nog een keer in een pianosolo. Op die manier breng ik de hedendaagse tekst in verband met het oude teksten in het Latijn.

Tussen het Fecit Potentiam heb ik het liedje "Nooit meer Kind” geplaatst. Dit is een lied over een kind dat aan de verkeerde kant van de wereld is geboren. Want dat is altijd de eerste vraag die bij mij boven komt wanneer er in de latijnse tekst wordt gezegd; "Hij heeft de kracht van zijn arm getoond, en de machtigen van troon gestoten”. Dan vraag ik me af; hoe zit het dan met alle dictators en andere machtswellustelingen die zorgen dat er zoveel ellende is in de wereld? Doet de sterke arm van god daar ook wat aan. Want ik zie het niet. Dat is de strekking van het lied "Nooit meer kind"

Muzikaal vormt dit lied een eenheid met het Fecit Potentiam en wijst vooruit naar het Esurientes. Muzikaal schetst het Esurientes het beeld van iets wat eigenlijk niet mogelijk is (namelijk een hele rare grote melodische sprong die ook nog eens dissonant is, die klinkt als een mooie prettige melodie) wel mogelijk maakt. Dit verklankt dat ondanks dat wij zo gewend zijn aan grote ongelijkheid in de wereld er toch een mogelijkheid is tot een harmonie.

De delen daarna spelen de hele tijd met die twee werelden. Een ideale wereld tegenover een grimmige realiteit. Uiteindelijk eindigt het stuk weer met toch weer een soort hoop en blijdschap in het slot Gloria.

 

Bart Oenema, zanger, componist en arrangeur, schreef ook het eerder door Sappho uitgevoerde Requiem voor Alzheimer.

 

 ========== 

 

Gloria - Vivaldi     -      Voor koor, orkest, twee sopranen en alt.

 

Met het Gloria in de mis wordt er een link gelegd tussen hemel en aarde. Het is het gezang dat de engelen aanheffen wanneer God op aarde in een kribbe is gekomen. De hemel opent zich en drommen engelen vullen de kerkruimte om dit met aardse gelovigen te zingen. Vivaldi schreef zijn beroemde Gloria in D waarschijnlijk in 1715 voor de ‘engeltjes’ van het Pio Ospedale, een meisjesweeshuis in Venetië.

De dames zongen dit Gloria achter de schermen in de kerk, omdat de aanblik van deze vrouwen wel eens kon afleiden van de gedachte aan God. Het Gloria in D klinkt hemels en machtig, het roept precies het gevoel op dat past bij het ‘glorieuze’ moment in de mis dat de hemel zich lijkt te openen. Je moet je dan voorstellen dat je ook in een kerk bent waar dat gevoel in beeld wordt bevestigd.

Beeld, ruimte, liturgie en muziek kunnen dan perfect samenvallen.

 

Antonio Vivaldi (1678), Italiaanse violist, priester en componist, schreef meer dan zevenhonderd composities in het instrumentale als het vocale genre.   

Kijk voor praktische informatie op de contactpagina en op  het aanmeldformulier . 

 

Gabriël Fauré

Gabriël Fauré

Requiem

"Een heel menselijk gevoel van hoop in eeuwige rust." Zo omschreef de Franse componist Gabriel Fauré (1845-1924) zijn Requiem. Waar de meeste requiems verdoemenis en rouw verklanken, heeft Fauré juist een requiem vol hoop gecomponeerd. Maar dat ging niet vanzelf: het was een proces dat wel 23 jaar zou duren.

Het einde van Fauré's leven was nog lang niet in zicht toen hij zijn Requiem begon te componeren. Nog maar net 40 jaar was hij en vol originele ideeën: hij wilde namelijk een heel ander requiem schrijven dan gebruikelijk was. De dramatische en bombastische requiems verafschuwde hij en de treurige muziek van de requiemmis kende hij inmiddels ook al door en door; als organist had hij talloze rouwdiensten begeleid. Maar bovenal had Fauré een heel andere visie op de dood dan in deze requiems te horen was.

"Een gelukkige bevrijding, een streven naar geluk hierboven in plaats van een pijnlijke ervaring," zo beschouwde Fauré het sterven.

En dat uitte hij in de hoopvolle en ingetogen klanken van zijn Requiem.

"Mijn Requiem is zachtmoedig van temperament, zoals ikzelf," zei hij erover. "Het drukt niet de angst voor de dood uit. Iemand noemde het zelfs een wiegelied van de dood."

Hoewel Fauré zichzelf niet als een gelovige beschouwde, vormde kerkmuziek toch een groot onderdeel van zijn leven. Als organist in verschillende kerken in en rond Parijs voorzag hij de kerkdiensten bijna zijn hele leven lang van muziek. Daarnaast studeerde hij als jongen elf jaar lang en werd bij zijn opleiding tot koormeester onderwezen in allerlei aspecten van kerkmuziek.

Fauré's kijk op religieuze muziek werd sterk beïnvloed door de oorspronkelijke Gregoriaanse zettingen van de katholieke mis. De ingetogenheid van deze oude, kerkelijke muziek hoor je ook in het Requiem van Fauré.

Fauré's eerste stap in het lange componeerproces van het Requiem was meteen kenmerkend. Van alle delen die in een requiem kunnen voorkomen, koos hij in 1877 om muziek te componeren voor het Libera Me (Bevrijd mij van de dood). De tekst van dit deel sluit perfect aan bij Fauré's beschrijving van de dood als een "gelukkige bevrijding" en het vinden van eeuwige rust.

Meer dan tien jaar later voegde hij het Libera Me toe aan zijn Requiem en componeerde hij het Offertorium. Fauré heeft bewust geen Dies Irae in zijn Requiem opgenomen - een donderend deel over de Dag des Oordeels paste niet in zijn visie op de dood.

En hij zette het In Paradisum bewust aan het slot van zijn Requiem, als verklanking van de hoop op het eeuwige leven na de dood.

Fauré zou dit aantal delen niet meer uitbreiden; toch voegde hij nog wel fagotten, hoorns en trompetten toe. De bezetting bleef kleinschalig.

Eind negentiende eeuw werd er echter een versie gepubliceerd voor koor en compleet orkest, omdat dit het Requiem geschikter zou maken voor uitvoeringen in de concertzaal. Van deze versie is alleen niet zeker of het door Fauré of van een van zijn leerlingen is geschreven.  Deze grote versie werd in de twintigste eeuw het meest werd uitgevoerd, evenwel is de intieme versie uit 1893 ook nog steeds in omloop. Met zowel Fauré's verfijnde componeerstijl als intenties in gedachten - het componeren van een Requiem vol hoop en verlichting - zou je kunnen zeggen dat deze versie het dichtst in de buurt komt van wat Fauré met zijn Requiem heeft bedoeld:

Een blik naar de hemel, niet naar de hel.

 

Het Requiem van Fauré staat al jaren in de top 10 van de Klassieke Top 400.

In 2021 stond het werk op nr.4.

 

 

============

 

Cantique de Jean Racine 

Cantique de Jean Racine is een werk voor gemengd koor en piano of orgel gecomponeerd door Gabriel Fauré.

De toen negentienjarige componist schreef het werk in 1864/1865. Met het stuk won Fauré de eerste prijs toen hij afstudeerde in Parijs.

De première van het stuk was een jaar later op 4 augustus 1866, begeleid door strijkers en orgel.

Het werd voor het eerst gepubliceerd rond 1875 en verscheen in een versie voor orkest in 1906.

De tekst, ‘Verbe égal au Très-Haut’, is een  bewerking van een hymne van Jean Racine. 

Gabriel Fauré heeft een moderne interpretatie gegeven van een klassiek werk dat voortborduurt op een vroegchristelijk lied. Een werk met veel lagen! 

 

Verbe égal au Très-Haut, notre unique espérance. Jour éternel de la terre et des cieux.  Nous rompons le silence de la paisible nuit, Divin Sauveur, jette sur nous les yeux.  Répands sur nous le feu de ta grâce puissante, que tout l’enfer fuie au son de ta voix.

Dissipe le sommeil d’une âme languissante qui la conduit à l’oubli de tes lois!

O Christ sois favorable à ce peuple fidèle, Pour te bénir maintenant rassemblé. Reçois les chants qu’il offre à ta gloire immortelle.

Et de tes dons qu’il retourne comblé.

 

Vleesgeworden Woord van de Allerhoogste! Onze enige hoop. Eeuwig licht van hemel en aarde, Wij verbreken de vredige stilte van de nacht, Goddelijke Redder, richt Uw oog op ons. Spreidt het vuur van Uw  alomvattende genade over ons uit.  Zoat de helse nachten vluchten op het horen van Uw stem.

Verstoor de slaap van de sluimerende  zielen, want hij voert hen weg van Uw wetten!

O Christus, ontferm U over dit volk, nu bijeen om U te loven.  Ontvang de lofprijzing van Uw eeuwige Naam.

Moge Uw volk heengaan, vervuld van Uw genade.